|
DHATU'S
De planten zijn uit 7 dhatu's
of 7 niveaus samengesteld:
|
Het SAP van de plant
|
Is haar PLASMA
|
|
Het HARS van de plant
|
Is haar BLOED
|
|
Het ZACHTE HOUT van de
plant
|
Is haar MUSCULATUUR
|
|
De GOMHARS van de
plant
|
Is haar VET
|
|
De SCHORS van de plant
|
Zijn haar BEENDEREN
|
|
De BLADEREN van de plant
|
Zijn haar MERG en ZENUWWEEFSELS
|
|
De BLOEMEN en VRUCHTEN
|
Is haar REPRODUCEREND WEEFSEL
|
De dhatu's van de plant werken op de corresponderende dhatu's van het menselijk lichaam:
|
Haar SAP
|
Werkt op ons PLASMA
|
|
De HARS
|
Op ons BLOED
|
|
Het ZACHTE HOUT
|
Op onze SPIEREN
|
|
De GOMHARS
|
Op ons VET
|
|
De SCHORS
|
Op onze BEENDEREN
|
|
De BLADEREN
|
Op ons MERG en onze ZENUWEN
|
|
De BLOEMEN en VRUCHTEN
|
Op onze VOORTPLANTINGSORGANEN
|
SROTA'S
Geneeskruiden worden ingedeeld
volgens de kanalenstelsels van het lichaam waarop
ze werken. Dat zijn de volgende:
|
1.Pranavaha
srota's
|
De kanalen die de adem
of prana vervoeren. Ze zijn gelijk aan het ademhalingsapparaat.
|
|
2.Annavaha
srota's
|
De kanalen die voedsel
transporteren; in wezen het spijsverteringsstelsel
|
|
3.Ambuvaha
srota's
|
De kanalen die vloeistoffen
vervoeren of de stoffenhuishouding van het
lichaam reguleren; ze vormen een ander aspect
van het spijsverteringssysteem.
|
Deze eerste drie kanalenstelsels
regelen de opname van substanties in het lichaam.
De volgende zeven voeren aan naar de zeven Dhatu's
of lichaamsweefsels.
|
4.Rasavaha
srota's
|
De kanalen die het plasma-aandeel
in bloed en weefsel vervoeren. Ze houden
vooral verband met het lymfstelsel, maar
ook met aspecten van de bloedsomloop.
|
|
5.Raktavaha
srota's
|
De kanalen die het bloed
vervoeren, meer in het bijzonder de hemoglobine
daarin; ze zijn eveneens onderdeel van de
bloedsomloop.
|
|
6.Mamsavaha
srota's
|
De kanalen die de spierweefsels
c.q. het spierstelsel aanvoeren.
|
|
7.Medavaha
srota's
|
De kanalen die het vetweefsel
aanvoeren; ze reguleren de vetstofwisseling.
|
|
8.Asthivaha
srota's
|
De kanalen die de beenderen,
of het skeletstelsel, aanvoeren.
|
|
9.Majjavaha
srota's
|
De kanalen die het beenmerg
en zenuw- en hersenweefsel aanvoeren; in
wezen het zenuwstelsel.
|
|
10.Shukravaha
srota's
|
De kanalen die de zaadvorming,
of het mannelijke voortplantingssysteem,
regelen
|
De volgende drie kanalenstelsels
regelen de uitscheiding van drekstoffen uit het
lichaam:
|
11.Purishavaha
srota's
|
De kanalen die de faeces
vervoeren; de excretie.
|
|
12.Mutravaha
srota's
|
De kanalaen
die de urine vervoeren, ofte wel de urinewegen.
|
|
13.Svedahava
srota's
|
De kanalen die het zweet
vervoeren; het stelsel van vet- en talgklieren
|
Bij vrouwen zijn er nog twee
andere stelsels:
|
14.Artavavaha
srota's
|
De kanalen waarlangs de
menstruatie plaatsvindt, ofte wel het vrouwelijke
voortplantingssysteem; ze nemen dezelfde
plaats in als de Shukravaha srota's bij mannen.
|
|
15.Stanyavaha
srota's
|
De kanalen die de zogafscheiding
of lactatie verzorgen; een ander aspect
van het vrouwelijke hormonale systeem.
|
Ten slotte is
er een speciaal stelsel van kanalen voor de psyche.
Ze zijn voornamelijk op de Majjavaha srota's, het zenuwstelsel,
en ook op het voortplantingssysteem aangesloten.
|
16.Manovaha
srota's
|
De kanalen die de geest
aanvoeren, of dragers van mentale energie
-het psychologische systeem.
|
|